De omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid is per 1maart 2010 een bestuurlijk feit. Nu moet de organisatie daadwerkelijk worden ingericht, zodat deze dienst per 1 januari 2011 van start kan gaan. Dat ziet er volgens Brok veelbelovend uit, want de intensieve samenwerking is er al. ‘De in 1973 opgerichte Milieudienst kent een lange geschiedenis van samenwerking en bundelt de krachten voor verschillende uitvoeringstaken met de provincie en DCMR (Milieudienst Rijnmond). De sterke omgevingsdienst die nu tot stand komt, is in het belang van de burger en bedrijven’, aldus Brok.Van papier naar praktijk
De fase die nu aanbreekt is die van papier naar praktijk, zoals onder meer Ben Kokx (senior managing consultant Berenschot) in een korte film schetste. Kokx: ‘Die overgang naar de praktijk betekent, dat de medewerkers die van de provincie overkomen, een goede plek moeten krijgen in de nieuwe organisatie en dat werkprocessen vorm moeten krijgen. Het bedrijfsconcept is klaar. We moeten laten zien dat er veel te winnen is. Bestuurders uit het hele land komen hier een kijkje nemen.’
Plenaire discussie

Er was veel tijd ingeruimd voor een plenaire discussie, waarvoor een panel was gevormd bestaande uit Erik van Heijningen, Henk Aalderink en Teunis Stoop. Er volgde een korte introductie van de panelleden.
Erik van Heijningen, gedeputeerde Milieu en geestelijk vader van de omgevingsdienst, verklaarde ‘blij, trots en dankbaar’ te zijn. Hij was betrokken bij alle stappen die werden gezet op weg naar de omgevingsdienst. Onafhankelijk dagvoorzitter Dirk Louter vroeg hem of hij het nooit moe was geweest. Van twijfel bleek nauwelijks sprake. Van Heijningen: ‘Soms dreig je energie te verliezen. Maar je weet dat je over die berg heen kunt fietsen en dan in volle vaart verder kunt.’
Henk Aalderink, burgemeester van de gemeente Bronckhorst en voorzitter van de commissie milieu en mobiliteit van de VNG complimenteerde de betrokkenen met het bereikte resultaat. ‘Ik heb hier gezien wat er kan gebeuren, hoe je van een milieudienst komt tot een regionale omgevingsdienst. Landelijk hebben we te maken met 12 provincies en 431 gemeenten. Maatwerk per gemeente, dat van onderaf tot stand moet komen, is vereist. Dat maatwerk kenmerkt de differentiatie in dit land.’ Teunis Stoop, wethouder in Hendrik Ido Ambacht en lid van de VNG-commissie milieu en mobiliteit complimenteerde Dion van Steensel, voorzitter van de bestuurscommissie Milieudienst Zuid-Holland Zuid, voor het draagvlak dat hij in de regio wist te creëren voor de nieuwe omgevingsdienst.
Waarom lukt het hier?

Dirk Louter legde het panel de vraag voor waarom het tot stand brengen van een omgevingsdienst hier nu wel lukt en elders moeilijker ligt. Van Heijningen verklaarde het succes in deze regio door het lange bestaan van de milieudienst. ‘In deze regio zijn we gewend aan samenwerking. Gemeenten zijn soms bang de regie te verliezen. Maar de milieudienst bewijst juist, dat je als gemeente je opdrachtgeverschap invulling kunt geven door taken te delegeren. We zijn in Nederland in staat heel lang te blijven praten. Ik zou willen dat we iets meer de eenheid zoeken. Kom op mensen, de richting is duidelijk.’
Henk Aalderink stelde daar tegenover, dat er wel ontwikkelingen zijn die tot sceptische reacties leiden, zoals de vrees dat er landelijk slechts 25 regio’s zullen overblijven. Teunis Stoop benadrukte het belang van draagvlak: ‘De milieudienst is van ons, als je dan gaat opschalen is dat niet bedreigend. We doen het voor de burgers en ondernemers in dit gebied.’
Reacties uit de zaal
Vanuit de zaal reageerde Hans van der Vlist, secretaris-generaal bij VROM: ‘Het gaat om eenheid in verscheidenheid. Hoe bereik je die eenheid en houd je de ‘couleur locale’? We moeten ons realiseren, dat er bezuinigingen aankomen, waarbij we aan de kwaliteitseisen moeten voldoen. Er zit spanning in regionaal maatwerk, maar het is wel noodzakelijk. Het moet een bottom-up verhaal zijn. Als taken te zwaar zijn om zelf uit te voeren, moet je samenwerken. Wil je efficiënt werken, dan moet je de schaal zoeken die daarbij past.’
Anton Reppel, bestuurslid van de Werkgevers Drechtsteden stelde: ‘Je moet met de ondernemers meedenken. Die houden niet van loketten. Je moet dus oplossingsgericht denken. Erik van Heijningen reageerde: ‘Het is niet zo, dat we het bedrijfsleven bewilligen, maar het bedrijfsleven heeft meer aan een strenge maar rechtvaardige overheid, dan een overheid die het zelf niet weet.’ Ook Rob de Rijk, officier van justitie, beaamde: ‘We moeten onze rol als overheid pakken. Op het gebied van handhaving betekent dat, dat we daar straffen waar bedrijven het er naar gemaakt hebben. In deze omgeving was dat al eenvoudiger door de aanwezigheid van de milieudienst en DCMR, maar elders hebben we vaak tientallen gemeenten als gesprekspartner.’Ernest Briet, directeur van Punt, vroeg zich af wat de burger nu daadwerkelijk gaat merken van de omgevingsdienst. Erik van Heijningen antwoordde, dat de burger het voordeel zal merken van een beter resultaat en een betere communicatie: ‘Als je als burger een vraag hebt, krijg je een goed antwoord en als er een incident is, kun je erop vertrouwen dat de overheid adequaat reageert.’
Teaming at the topDe middag werd afgerond met een officiële handeling. Erik van Heijningen en Teunis Stoop onthulden een beeld dat de samenwerking in de omgevingsdienst symboliseert. Het beeld ‘Teaming at the top’ is gemaakt door kunstenares Corry Ammerlaan – van Niekerk.
De heer Ijzerman, plaatsvervangend directeur-generaal van het ministerie van Justitie sprak zijn felicitaties uit mede namens minister Hirsch Ballin: ‘Milieu is een belangrijk thema. De aandacht leek zich vooral te beperken tot de CO2-discussie, maar een belangrijk thema is de milieucriminaliteit. Het is politie en justitie ernst om deze ernstige vorm van criminaliteit aan te pakken. Het is geweldig om te zien dat deze omgevingsdienst tot stand is gekomen. De Omgevingsdienst Zuid-Holland is een goed voorbeeld voor andere diensten in het land.De start van de omgevingsdienst schept uiteraard verwachtingen, zo bleek ook tijdens de borrel na afloop. Zo stelde contactambtenaar van de gemeente Binnenmaas Peter de Bakker: ‘Ik hoop, dat de omgevingsdienst gaat voldoen aan de verwachtingen die de gemeenten ervan hebben en dat de overgang, zoals voorspeld, budgetneutraal is.’ Rienk Sijbrandy van de gemeente Strijen: ‘De lat ligt erg hoog als je kijkt naar de kwaliteitscriteria voor bijvoorbeeld de BRZO-bedrijven.’ En Volkert Buil, contactambtenaar gemeente Gorinchem: ‘Op papier is het mooi, de praktijk zal het moeten uitwijzen.’
Leo de Jong directeur van de Milieudienst Zuid-Holland Zuid stelde na afloop: ‘Het is goed te merken, dat de regio Zuid-Holland Zuid het voorbeeld is geworden voor een beweging die de andere regio’s ook willen inzetten. Dit is een goede start voor het echt opbouwen van deze dienst.’Ook Erik van Heijningen blikte tevreden terug: ‘Dit is een mooi begin. Het is nu: handen uit de mouwen. Wat we hebben gedaan, wordt als voorbeeld gezien. We moeten het nu tot onze erezaak maken om dit tot in perfectie uit te voeren’.